Kolen telen

Kolen telen

Er zijn veel soorten kolen, denk maar aan witte kool, rode kool, bloemkool, broccoli, spruiten, koolrabi, enz. Met deze veelzijdige groenten kunt u in de keuken allerlei kanten op. U kunt ze rauw gebruiken of roerbakken of verwerken in een overheerlijke ovenschotel of een winterse stoofpot. Nog lekkerder worden al deze gerechten wanneer u ze kunt bereiden met een super verse kool uit eigen tuin.

Wilt u zelf kolen telen in uw moestuin, dan kunt u vertrekken van zaadjes waarmee u zelf uw plantjes opkweekt. Uiteraard kunt u ook gewoon plantgoed aankopen. Hoe dan ook is het belangrijk om uw koolplantjes van bij het begin de nodige aandacht te schenken. Zo geeft u ze meer kans op slagen.

Een erg gevreesde ziekte bij de teelt van koolachtigen is knolvoet. Ze wordt veroorzaakt door de ziekteverwekker Plasmodiophora brassicae en veroorzaakt knobbelvormige verdikkingen op de wortels. Hierdoor wordt het watertransport verhinderd. Op zonnige dagen gaan u kolen bijgevolg meer verdampen dan ze kunnen opnemen. De bladeren verslappen en leggen zich open en na een tijdje valt de groei helemaal stil.

Om te voorkomen dat uw kolen door deze ziekte aangetast worden, doet u er goed aan bij het planten alvast een paar preventieve maatregelen te nemen. Volgende stappen zijn daarbij van groot belang :

  • Wanneer knolvoet optreedt, is de ziekte nagenoeg niet meer te bestrijden. Bovendien zit de schimmel in de bodem. Teel uw kolen dus enkele jaren op een andere plek, anders zal de knolvoetschimmel opnieuw de bovenhand nemen.
  • Koolsoorten houden van een kalkrijke bodem, terwijl de knolvoetschimmel daar juist een hekel aan heeft. De oplossing ligt dus voor de hand. De grond waar u koolsoorten wilt telen moet eerst bekalkt worden. Dien daarom in het najaar en het voorjaar (voor de teelt) DCM Zeewierkalk Korrel toe.
  • Schenk ook aandacht aan de structuur van de bodem. Wanneer de bodem niet voldoende gedraineerd is en er te veel water ter hoogte van de wortels blijft staan, vindt de schimmel zijn geliefkoosd terrein. Wanneer de bodem van uw moestuin niet voldoende kruimelig is, een euvel dat vooral in zware kleigrond en lichte zandgrond optreedt, zal u een stevige portie bodemverbeteraar moeten toevoegen. Werk DCM Gedroogde Koe-Kippen-Paardenmest of DCM Vivimus® Groenten & Fruit door de moestuinbodem.
  • Dien een langdurig werkende meststof toe met voldoende kalium, zoals DCM Organische Meststof Groenten of in combinatie met DCM Tuinkali/Tuinpotas. Het hoge kaliumgehalte zorgt voor sterke, stevige planten die minder gevoelig zijn voor ziektes. Bovendien zijn de vruchten langer houdbaar.