Behandelen

Trips

Trips

Trips zijn kleine (tot 1,5 mm), geelbruine, heel beweeglijke insectjes met vleugels, die hun eitjes in planten leggen. Ze zijn dol op prei, ui, sjalot, look en besjes, maar zoeken in de serre/kas ook paprika’s en komkommerplanten op. De oranje larven doen zich tegoed aan de plantensappen en laten kleine zilverkleurige streepjes op de bladeren achter.

Spintmijten

Spintmijten

Zie je soms bleke spikkeltjes of streepjes op de bladeren van je komkommers in de serre/kas, of staan ze er dof bij? Dat is gegarandeerd het werk van spintmijten. Die minuscuul kleine mijten (tot 0,8 mm groot) nestelen zich aan de onderkant van bladeren en zuigen daar de plantensappen op.

Bladluizen in de kas

Bladluizen in de kas

Bladluizen in de serre/kas kunnen nog vervelender zijn dan in de moestuin. In deze warme, vochtige omgeving vermenigvuldigen ze zich razendsnel, en zijn ze ook minder goed bereikbaar voor hun natuurlijke vijanden.

Bladluizen

Bladluizen

Ook al duiken ze vooral op rozen op, bladluizen voelen zich helaas ook aangetrokken door hagen, sierstruiken en sappig groen uit de moestuin. Ze prikken de bladeren, knoppen en jonge scheuten aan en zuigen gretig de plantensappen op, waardoor de planten verzwakken.

Bescherm je bomen tegen zonnebrand en vraatschade door het aanbrengen van een fysische barrière

Bescherm je bomen tegen zonnebrand en vraatschade door het aanbrengen van een fysische barrière

Sommige tuinmiddeltjes zijn al zo oud als de straat, maar ze blijven in gebruik, en daar is een goede reden voor: ze werken!

Gebruik feromonen om de pruimenmot op te sporen
Gebruik feromonen om de kersenvlieg op te sporen!
Hommels

Hommels

Er is al veel over gezegd en geschreven, maar waarom zijn al die hommels en bijen nu zo belangrijk voor je tuin? Dat zou je snel merken, mochten er plots geen meer rondvliegen.

Wittevlieg op groenten?
Coloradokever

Coloradokever

Hoe mooi dat geelzwart gestreepte coloradokevertje er ook uitziet, z’n larven kunnen in een mum van tijd je aardappelplanten kaalvreten. Die 1 tot 2 mm grote, licht- tot donkerrode, dikgezwollen larven (met poten!) graven zich in de herfst in om in de lente te verpoppen, en zich als coloradokever voort te planten. De kever kleeft massaal zijn gele eitjes in groepjes onderaan de aardappelbladeren, waar de jonge larven aan hun vraattocht beginnen.

Rupsen in de moestuin

Rupsen in de moestuin

In een moestuin leven veel rupsen. Ze voeden zich met mals groen, om dan uit te groeien tot motten, vlinders. Sommige richten beperkt schade aan, maar andere zijn bijzonder vraatzuchtig, zoals de rups van het koolwitje, dat je kolen kaal vreet. De larven van de koolvlieg gaan nog drastischer te werk. Ze voeden zich met de wortels en stam van de kolen; een paar larven is al genoeg om je kool om zeep te helpen.

Slakken

Slakken

Slakken, in het bijzonder naaktslakken (zonder huisje), zijn dol op jong mals groen. Per dag eten ze gemakkelijk tot 50% van hun eigen lichaamsgewicht op. Ze leven 9 tot 12 maanden en leggen in die periode tot 300 eitjes – je bent die groepjes glazige bolletjes zeker al tegengekomen in de bodem, bij het schoffelen of harken. Na een 3-tal weken komen de eitjes uit, 2 maanden later zijn ze klaar om zich voort te zetten – je hoeft geen rekenwonder te zijn om te begrijpen dat dit tot een spectaculaire vermenigvuldiging leidt.

Wittevlieg

Wittevlieg

De naam witte vlieg is best verwarrend, want het is helemaal geen vlieg maar een lid van de bladluisfamilie, ook wel motluis genaamd. Deze dofwitte, bepoerde vliegjes zitten vooral verstopt aan de onderkant van de bladeren. Ze zuigen er de plantensappen op, waardoor de plant verzwakt. Daarbovenop scheidt de witte vlieg net zoals bladluizen plakkerige honingdauw af en trekt daarmee schimmels zoals roetdauw aan, en die kun je in de serre/kas missen als kiespijn.

Voorkom rupsenvraat op je planten, breng een fysische barrière aan
Kersenvlieg

Kersenvlieg

De kersenvlieg legt haar eitjes in de schil van onrijpe kersen. De larven doen zich tegoed aan het vruchtvlees, waarna ze zich weer een weg naar buiten banen, zich op de grond laten vallen en zich daar tot pop ontwikkelen.