Stap voor stap een nieuw gazon aanleggen

Stap voor stap een nieuw gazon aanleggen

De meest geschikte periode om een gazon aan te leggen is ofwel tussen half maart en begin juni, ofwel van september tot en met oktober.

Vind hier het stappenplan:

1. Spit de bovenste 30 cm om, maak de kluiten goed los en verwijder storende zaken als stenen en afval. Verwijder ook de wortels van de doorlevende onkruiden als kweekgras, akkerwinde en heermoes.

2. Breng de zuurgraad (pH) van de bodem op peil door een bekalking uit te voeren met 1 tot 1,5 kg DCM Groen-Kalk® per 10 m². Dat bevordert de opname van voedingsstoffen en de ontwikkeling van een sterke grasmat.

3. Een gazon wordt slechts één keer aangelegd en moet lang meegaan. Het is dus van het grootste belang de bodem een optimale structuur te geven en het humusgehalte te verhogen. Na de aanleg, is dat immers onbegonnen werk. Het kant-en-klaar product DCM Meststof Aanleg Gazon (NPK 6-5-3) brengt zowel humus aan voor een goede bodemstructuur als een uitgebalanceerde basisvoeding voor een goede groei van de jonge grassprietjes. U vangt dus twee vliegen in één klap. Deze meststof heeft een hoog organische stofgehalte van 52 %, vormt een evenwichtige basisvoeding voor het gras, zorgt voor een verbeterde bodemstructuur en versnelt de wortelvorming van het jonge gras. DCM Meststof Aanleg Gazon mag tot op de dag van het zaaien of leggen van de graszoden gebruikt worden. Er bestaat geen gevaar voor wortelverbranding. Gebruik 1 kg per 10 m² voor zwaardere leem- en kleigronden of 2 kg per 10 m² voor lichte zandgronden.

4. Laat de bodem een weekje rusten. De verschillende lagen zullen beter aansluiten.

5. Kies het juiste soort graszaad of graszoden. Houd daarbij in de eerste plaats rekening met de functies die het gazon moet vervullen.

6. Hark de grond mooi effen, druk de bodem licht aan met een wals en bevochtig de oppervlakte gelijkmatig.

7. Bij graszaad: Verdeel de benodigde hoeveelheid graszaad in twee gelijke delen. Zaai de helft in de lengterichting van het gazon de andere helft er dwars overheen. Bij graszoden: rol de graszoden uit op een voldoende vochtige grond

8. Hark het graszaad oppervlakkig in (maximum 1,5 cm diep) en druk de bodem aan met een wals. Graszoden dien je ook met een wals aan te drukken.

9. Houd de toplaag voldoende vochtig. Dat bevordert een vlotte en gelijkmatige opkomst.

10. Wacht met de eerste maaibeurt tot de grassprietjes 8 tot 10 cm hoog zijn. Stel de messen van de machine tijdens de eerste maaibeurten in op 5 cm of hoger.

11. Geef na de derde maaibeurt een eerste onderhoudsbemesting met DCM Gazonmeststof à rato van 0,8 kg per 10 m².

 

Wist je dat?

Wacht met het bestrijden van onkruiden tot na de vierde maaibeurt. Gebruik uitsluitend een product dat geschikt is voor jonge gazons. Maak u bovendien niet te veel zorgen: door het maaien verdwijnen de meeste onkruiden vanzelf.