Bloedluizen

Bloedluizen

Als er één ding is waar kippen nerveus van worden, dan zijn het bloedluizen of rode vogelmijten. De laatste jaren vormen die een sterk groeiend probleem in het kippenhok. Maar ook duiven en kanaries in een kooi kunnen er behoorlijk last van hebben, en zelfs reptielen krijgen te kampen met bloedluizen in hun terrarium.

Bloedluizen zijn heel kleine (tot 1 mm) bloedzuigende spinachtigen die zich ’s nachts met bloed voeden; overdag verstoppen ze zich in kieren en spleten. Ze kruipen meestal massaal bij elkaar, zodat je kip er helemaal gek van wordt, wanneer zo’n groep bloedluizen het op haar gemunt heeft. De kippen krijgen stress en irritatie, ze leggen minder eieren, verliezen hun pluimen, krijgen open wonden en kunnen uiteindelijk sterven van bloedarmoede. Als de kam van je kippen er veel bleker uitziet dan normaal, heb je wellicht met een bloedluizenplaag te maken.

 

Geef bloedluizen geen kans!

Bloedluizen kunnen al vanaf het voorjaar in kleine aantallen aanwezig zijn. De plaag wordt meestal pas echter later op het seizoen en vooral bij warm opgemerkt, wanneer er al een massa bloedluizen in het hok aanwezig is. Een ware plaag is helaas moeilijker te bestrijden. Met volgend stappenplan ben je de bloedluizen een stapje voor!

  • Reinig zeer grondig het kippenhok en smeer de binnenzijde van het kippenhok in met  DCM Tree-Shield® (bomenwitsel) om kieren en spleten te dichten. Zo hebben bloedluizen nauwelijks een schuilplaats om zich in te nestelen.
  • Controleer je kippenhok vanaf het voorjaar regelmatig op de aanwezigheid van bloedluizen. Bij een aantasting is snel handelen de boodschap. Het is immers geen eerlijke strijd wanneer bloedluis reeds massaal aanwezig is! Leg een stukje karton in of bij het legnest van de kippen. Bloedluizen zullen dit stukje karton overdag als schuilplaats gebruiken.
  • Zet DCM Hypoaspi-Guard® in vanaf de eerste waarneming van bloedluis. Deze nuttige roofmijten zijn verlekkerd op bloedluizen en jagen actief op deze vervelende beestjes. Uiteraard zet je ze uit wanneer het laagje DCM Tree-Shield® is opgedroogd.
  • Roofmijten zijn minder actief bij koudere temperaturen. Gebruik daarom bij koudere temperaturen (vooral in het najaar) voor een doeltreffende bestrijding van de bloedluis en een laatste opkuis van bloedluis voor de winter.  is niet compatibel met de roofmijten van DCM Hypoaspi-Guard®!

 

DCM Hypoaspi-Guard®

Bodemroofmijten zijn de natuurlijke vijanden van bloedluizen. Deze heel beweeglijke mijten zijn niet groter dan de bloedluizen, maar spelen ze wel probleemloos naar binnen. Daarvoor doorzoeken ze actief het kippenhok en speuren kieren en spleten af, hun prooi achterna. Van nature leven roofmijten in de bovenste laag van de bodem en in potgrond, waar het donker en wat vochtig is. Overdag schuilen ze, ’s nachts jagen ze, precies op het moment dat ook de bloedluizen actief zijn. Alleen zijn roofmijten een pak vraatzuchtiger, en winnen zij wel het pleit.

Gebruiksaanwijzing

Met de DCM Hypoaspi-Guard® prepaid box bestel je een kartonnen strooikoker met 10.000 roofmijten, vermengd met vermiculiet, goed voor 12 m². Strooi de inhoud in het legnest en tussen de kieren en spleten van de zijwanden; het heeft geen zin om het op de kippen of in de buitenren te strooien. Eens de roofmijten het stadium van larve voorbij zijn, gaan ze actief op zoek naar de bloedluizen in het kippenhok. De eerste dagen na het uitzetten van de roofmijten zul je meer bloedluizen waarnemen, dat is normaal, ze worden immers opgejaagd door de roofmijten. Roofmijten zijn het actiefst tussen 15 en 25 °C; je zet ze met succes uit van april tot en met september.

“Gebruik geen chemische insecticiden 6 weken voor en na het uitzetten van de roofmijten.”

Toepassingsperiode DCM Hypoaspi-Guard®*

J F M A M J J A S O N D
                       

  toepassingsperiode

*De toepassingsperiode en levenscycli zijn afhankelijk van de weersomstandigheden. Jaarlijkse variaties zijn niet uit te sluiten.