Behandelen

Last van de eikenprocessierups? Lok de motten en bestrijd de rupsen!

Met processierupsen is het dubbel opletten geblazen. Ze zijn immers niet alleen schadelijk voor de boom die ze bewonen, maar ook voor jezelf en je huisdieren, door de brandharen die ze verliezen.

Ontdek alles over de processierups en wat je ertegen kan doen.

Waarom moet je opletten voor de processierups?

De processierups, ook wel eikenprocessierups genoemd, is een harige rups die tussen april en juli voorkomt. De rupsen waren oorspronkelijk een plaatselijk probleem, maar dat deint de laatste jaren erg uit. Je vindt ze vooral in de zomereik, maar soms ook in beuk of berk.

De rups voelt zich het best in de warme, droge omstandigheden van het voorjaar. Dat is dus wanneer je extra waakzaam moet zijn! Processierupsen plagen je immers op twee verschillende manieren:

  • Ze eten de blaadjes van je bomen op, waardoor die uitvallen en de hele boom uiteindelijk kan verzwakken.
  • Ze verliezen brandharen, die op je huid kunnen terechtkomen en zo een pijnlijke uitslag kunnen vormen.

Het is dus belangrijk om de plaag goed in de gaten te houden, en de rupsen te bestrijden indien nodig.

De processierups herkennen

De eikenprocessierups is de rups van de eikenprocessiemot. De mot herken je aan de grijze kleur en spanwijdte van ongeveer 2,5 tot 3 cm. De mannetjes hebben duidelijk geveerde antennes.

De rups is bedekt met lange, witte haren en minuscule brandharen. Ze zitten in nesten gemaakt van spinsel, vervellingshuidjes en uitwerpselen. Ze gaan in (brede) processie over de stam.

De levenscyclus van de eikenprocessiemot

Gelukkig is er maar één generatie rupsen per jaar. In de zomermaanden juli, augustus en september vliegen de nachtvlinders en worden er eipakketten afgelegd op de takken. De eitjes overwinteren en de eerste rupsen verschijnen vanaf april. Na een 5-tal vervellingen zijn de rupsen volgroeid en verpoppen ze in groep. Vanaf het derde stadium (mei-juli) kunnen de minuscule brandharen vrijkomen. In de loop van juli komen de nachtvlinders uit hun pop en start de volgende cyclus. Hoe warmer en stabieler het weer, hoe meer motten er zijn en hoe meer eitjes worden afgezet.

Lok de motten in de val om de plaag te monitoren.

Om de plaag in de gaten te houden, hang je het beste een mottenval op vanaf midden juli. De belangrijkste vluchtperiode vindt plaats in augustus.

Zo ga je te werk:

  1. Installeer de DCM Mottenval met het Feromoon eikenprocessiemot om de aanwezigheid van eikenprocessiemotten vast te stellen.
  2. Eén feromooncapsule volstaat voor het monitoren van minstens 500 m². Plaats of hang de val in de kruin of de nabijheid van (zomer)eiken.
  3. Plaats de feromooncapsule in het daarvoor voorziene groene korfje bovenaan de val en sluit af met het dekseltje.
  4. Doe eventueel onderaan in de val een beetje water (max. 5 cm) met een druppeltje zeep, om te voorkomen dat de nachtvlinders ontsnappen voor je ze kan tellen.

Zitten er veel motten in de val? Behandel je eikenbomen dan in het volgende voorjaar tegen rupsen met een insecticide.

Vind een verkooppunt bij u in de buurt

DCM Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!