De juiste waterbalans: niet te droog, niet te nat
Watergift speelt een sleutelrol in de eerste 14 dagen na het oppotten. Jonge wortels zijn nog kwetsbaar en reageren sterk op schommelingen in het substraat.
Te droog: risico op hoge EC
In een te droog substraat blijft er relatief veel meststof achter in een kleine hoeveelheid water. Daardoor stijgt het zoutgehalte (EC). De jonge wortels krijgen een te geconcentreerde voedingsoplossing, wat wortelschade kan veroorzaken en de opname van water en voedingsstoffen bemoeilijkt. Planten starten daardoor moeilijk na het oppotten.Te nat: zuurstoftekort
Blijft het substraat te lang verzadigd, dan ontstaat zuurstoftekort. Dat verzwakt het wortelgestel en verhoogt het risico op wortelproblemen. De plant vormt minder nieuwe wortels en blijft achter in groei.
Watergift monitoren: van potten wegen tot sensoren
Voor een stabiele watergift is monitoring essentieel.
Door een pot vlak na het begieten te wegen en dat gewicht enkele dagen later opnieuw te controleren, krijg je inzicht in het waterverbruik van de plant. Zo kun je de watergift bepalen waarbij het substraat nog voldoende vochtig is, maar niet verzadigd.
Daarnaast groeit, zeker in grotere potteelten, het gebruik van vochtsensoren in het substraat. Die meten realtime hoeveel water er beschikbaar is voor de plant. Telers kunnen de irrigatie zo nauwkeuriger afstemmen op de behoeften.
Het resultaat: minder schommelingen en een stabielere wortelomgeving.
Eerst wortels, dan voeding
Na het oppotten is het wortelstelsel nog beperkt en vaak licht beschadigd. De plant moet eerst nieuwe, fijne wortels vormen voordat ze efficiënt water en voedingsstoffen kan opnemen. Daarom vraagt deze fase voorzichtigheid in de bemesting. Bij te snelle of te veel meststoffen kan de zoutconcentratie in het substraat te hoog worden en kunnen jonge wortels beschadigd raken (‘verbranden’). Bij een goed afgestemde organische basisbemesting komt de voeding doorgaans geleidelijk vrij, waardoor het risico op EC-pieken kleiner is dan bij een snelle minerale opbouw. Naarmate het wortelstelsel zich verder ontwikkelt, kan de bemestingsgift geleidelijk worden verhoogd.
Actieve bodembiologie stimuleer de wortelstart
Naast water en voeding speelt ook de bodembiologie een belangrijke rol in de opstartfase. In een nieuwe substraat moet het bodemleven zich immers nog ontwikkelen.
Steeds meer kwekers kiezen er daarom voor om bij het oppotten nuttige micro-organismen aan het substraat toe te voegen. Een actief microbieel leven rond de wortels helpt planten om sneller te herstellen en nieuwe wortels te vormen.
Biostimulanten in het substraat
DCM INSTANT TD® brengt nuttige bodemschimmels in het substraat. Dat maakt het wortelmilieu sneller biologisch actief. Planten met een actieve bodembiologie bewortelen doorgaans beter en slaan sneller aan na het oppotten.
Wat is de invloed van Trichoderma op de beworteling?
Aangieten met biostimulanten
Ook vloeibare biostimulanten zoals DCM VITACT® R, ondersteunen de wortelstart. Door planten meteen na het oppotten aan te gieten, komen actieve stoffen direct in de wortelzone terecht. Dat helpt planten sneller nieuwe wortels vormen en beter omgaan met de stress van het verplanten.
Wat is het effect van aangieten met biostimulanten meteen na het oppotten?
Dompelen vóór het oppotten
Een actieve wortelstart kan zelfs al voor het oppotten beginnen door je stekken of zaailingen onder te dompelen in een oplossing van nuttige micro-organismen. DCM IMPULS TD® bevat Trichoderma spp. die zorgen ervoor dat nutriënten beter en makkelijker beschikbaar komen en door de plant kunnen worden opgenomen. Dat versnelt de beworteling en verhoogt de weerbaarheid van de planten in deze gevoelige fase.
Signalen dat de opstart niet goed verloopt
Omdat de eerste weken grotendeels onder de grond plaatsvinden, worden problemen vaak pas later zichtbaar.
Gebrek aan uniformiteit. Sommige planten groeien goed door, terwijl andere achterblijven. Die verschillen ontstaan vaak al in de eerste dagen na het oppotten en blijven de hele teelt zichtbaar.
Groeiachterstand. Door een zwakke wortelontwikkeling in de eerste twee weken vormen planten trager nieuwe scheuten of bladeren. Die achterstand blijft vaak ook later zichtbaar.
Een snelle beworteling = sterkere teelt
De periode vlak na het oppotten blijft grotendeels onzichtbaar, maar bepaalt in grote mate het succes van de teelt. Biostimulanten kunnen in deze fase helpen om de wortelontwikkeling extra te ondersteunen.
En zoals veel telers weten: een sterke wortelstart vertaalt zich bijna altijd in een weerbare teelt.