Aanleg

Geef je haagplanten een goede start

Hagen en schermen van levend groen vind je nagenoeg in elke tuin. Logisch, want hagen zijn niet alleen mooi, maar bovendien ook functioneel.

Vaak wordt een haag als een levende scheidingslijn geplant tussen verschillende percelen. Groenblijvende hagen (taxus, buxus, hulst, laurierkers,...) bieden hier bescherming tegen inkijk. Bladverliezende hagen (haagbeuk, veldesdoorn, meidoorn...) zorgen voor meer variatie in kleur en dichtheid, afhankelijk van het seizoen. Ook binnen de tuin kunnen hagen en coniferen verschillende functies vervullen, zoals het camoufleren van minder fraaie gedeelten van de tuin (vb: de composthoop), het afschermen van een zithoek, het afbakenen van bloemborders of het doorbreken van de eentonigheid van een groot gazon. Omdat de wind er zich in verstrikt, zorgen ze voor een aangenaam microklimaat in de tuin. Dat is niet alleen plezierig voor de mensen in de tuin maar ook voor de vaste planten, de fruitbomen, de heesters en de struiken in die tuin. Zij hebben hierdoor immers minder last van vorstschade dan hun soortgenoten in het open veld. Bovendien zijn hagen een pleisterplaats voor tal van vogels en nuttige insecten.

Voor je gaat planten

Kies je haagplanten met zorg uit. Koop haagplanten met gezonde wortels die niet uitgedroogd zijn.

Uiteraard kies je de haag die je mooi vindt, maar misschien kan het toch nuttig zijn om het volgende in overweging te nemen.

Hagen van taxus, hulst, laurierkers en coniferen zijn wintergroen. Ze weren alle inkijk. Hagen met stekels, doornen of stekelig blad als meidoorn of hulst zijn sneller nog dan de andere ondoordringbaar. Hagen van haagbeuk of Spaanse aak daarentegen zijn in de winter transparant. Dat kan een voordeel zijn wanneer je in een mooie omgeving woont. Je houdt dan in het stille tuinseizoen uitzicht op het landschap.

Wanneer hagen planten?

De beste planttijd voor groenblijvende hagen is november tot april, zolang het niet vriest en zolang het nog niet te warm of te droog is. Bladverliezende hagen daarentegen plant je best in november. Het uitplanten in de lente houdt meer risico’s in: schraal, drogend weer en onvoldoende wortelactiviteit kunnen het uitdrogen en afsterven van de planten veroorzaken. Vooral tijdens het eerste groeiseizoen dient de bodem voldoende vochtig gehouden te worden.

Hoe hagen planten?

Plant je haagplanten vooral niet te dicht op elkaar. Een te korte plantafstand is een veel voorkomende fout. De precieze plantafstand is niet voor alle haagplanten dezelfde, maar meestal zijn vier tot vijf planten per lopende meter voldoende.

Wanneer de juiste haag gekozen is, wordt de grond plantklaar gelegd. Om ervoor te zorgen dat de wortels van je haagplanten snel aanslaan, houd je best een goede bodemverbeteraar bij de hand die je in de plantsleuf kan mengen. DCM Vivimus® Universeel is een organisch bodemverbeterend middel dat een ideale verhouding creëert tussen lucht en vocht in de bodem zodat de haagwortels zich op een gezonde manier ontwikkelen en vlot voedingselementen kunnen opnemen.

DCM Plantputmethode

1

Graaf om te beginnen een plantsleuf die ruim dubbel zo breed is als de wortelkluit (minimaal 30 cm breed en 50 cm diep).

2

Maak een mengsel van 1 deel uitgegraven grond met 2 delen DCM Vivimus® Universeel.

3

Bedek de bodem van de plantsleuf met een flinke laag van dit mengsel en zet de planten erop.

4

Plant de ‘boompjes’ nooit dieper dan ze in de kwekerij stonden. Je kan dat gemakkelijk vaststellen aan de verkleuring op het stammetje.

5

Vul daarna het plantgat met het resterende mengsel.

6

Druk de verbeterde grond stevig aan.

7

Geef een flinke hoeveelheid water.

Voor planten met wortelkluit of in container gelden bij het planten dezelfde ‘grondregels’. Vooraleer je dergelijke in pot of met een kluit geleverde haagplanten aan de grond toevertrouwt, moet je de wortelkluit gedurende een kwartiertje in een waterbad onderdompelen. Verwijder bij het planten alle niet-verteerbare omhulsels.

Vooral tijdens het eerste groeiseizoen is het belangrijk om de bodem voldoende vochtig te houden.

Meer info vind je hier:

Kort samengevat

Van november tot april, zolang het niet vriest en het nog niet te warm/droog is.

  • Graaf om te beginnen een plantsleuf die ruim dubbel zo breed is als de wortelkluit (minimaal 30 cm breed en 50 cm diep).
  • Maak een mengsel van 1 deel uitgegraven grond met 2 delen DCM Vivimus® Universeel.
  • Bedek de bodem van de plantsleuf met een flinke laag van dit mengsel en zet de planten erop.
  • Plant de ‘boompjes’ nooit dieper dan ze in de kwekerij stonden. Je kan dat gemakkelijk vaststellen aan de verkleuring op het stammetje.
  • Vul daarna het plantgat met het resterende mengsel.
  • Druk de verbeterde grond stevig aan.
  • Geef een flinke hoeveelheid water.

Vind een verkooppunt bij jou in de buurt

DCM Nieuwsbrief

Ontvang je graag onze nieuwsbrief vol weetjes en tips over gazon, siertuin, moestuin of terras- en kamerplanten?

Schrijf je nu in