2. De buffercapaciteit van het substraat
Ook de samenstelling van het substraat bepaalt mee hoe stabiel de EC blijft.
Substraten met een beperkte buffercapaciteit houden nutriënten minder goed vast. Daardoor reageren ze sneller op wijzigingen in de bemesting of irrigatie en kunnen EC-schommelingen sneller optreden.
Een goed uitgebalanceerd substraat met voldoende organische stof draagt bij aan een stabielere beschikbaarheid van nutriënten.
3. Hoe voedingsstoffen vrijkomen, speelt een rol
Niet alleen de hoeveelheid voeding is belangrijk, ook de manier waarop nutriënten beschikbaar komen voor de plant.
Minerale meststoffen leveren voedingsstoffen rechtstreeks aan de plant. Dat maakt een nauwkeurige sturing mogelijk, maar vraagt ook een goede afstemming op de actuele opnamecapaciteit van het gewas.
Organische meststoffen volgen een ander traject. De omzetting naar voor de plant beschikbare nutriënten verloopt via het bodemleven. Daardoor komen voedingsstoffen geleidelijk vrij en sluiten ze beter aan bij het natuurlijke opnameritme van de plant.
Bekijk hier de video over de werking van organische en minerale meststoffen.
4. Vloeibare bemesting vraagt precisie
Vloeibare bemesting maakt een snelle bijsturing mogelijk, maar vraagt een nauwkeurige dosering, en een goede afstemming met de waterkwaliteit en de omstandigheden in de kas of op het containerveld. Raken die uit balans, dan kunnen zouten zich sneller ophopen. Een regelmatige controle van de voedingsoplossing en de EC in het substraat helpt om tijdig bij te sturen.